

Test de Tijd
Test de Tijd is ontwikkeld voor leerlingen uit de bovenbouw havo en vwo. Het doel van het spel is dat je gebeurtenissen en personen uit het verleden gaat ordenen. Dat kan in dit spel op verschillende manieren. Het spel haakt aan bij de tijdvakken en de kenmerkende aspecten zoals die in het onderwijs worden gebruikt.
WAAROM?
Waarom is Test de Tijd geschikt als een educatief spel en niet zomaar een spel dat je toevallig in de klas kunt spelen? Er zijn meerdere redenen aan te wijzen, maar hieronder volgen er in ieder geval vier.
1. Inhoud.
Test de Tijd is een spel waarvan de inhoud aansluit bij wat leerlingen moeten leren. Er zijn geen random geschiedenisonderwerpen gekozen, maar in overleg met collega's zijn er onderwerpen gekozen die aansluiten bij kerndoelen en lesstof.
2. Feedback.
Door het 'flip & check' element, waarbij de leerling eerst de keuze moet maken en door het omdraaien van de kaart krijgt te zien of zijn keuze correct was, krijgt de leerling constant feedback. Dat lijkt sterk op de veel gebruikte flashcards, een bewezen effectief leermiddel.
3. Duidelijke regels.
Niet elke docent is 'spellenminded'. Het idee van eerst zelf een spel moeten leren, en dat dan ook nog weer uit te moeten leggen aan leerlingen, kan afschrikwekkend zijn. Belangrijk is om de regels kort en bondig te houden, wat ervoor zorgt dat het snel te leren is en er geen onduidelijkheden zijn tijdens het spelen, waardoor de focus op het spel zelf ligt.
4. Plezier.
Plezier zorgt voor motivatie om door te zetten als het even tegenzit, en het zorgt ervoor dat leerlingen gemakkelijk aanhaken op de activiteit, zelfs als ze iets minder goed in de stof zitten. Voor Test de Tijd is doormiddel van interviews en vragenlijsten achterhaald dat het spel bijdraagt aan het plezier dat leerlingen hebben, en daarbij bijdraagt aan de motivatie die leerlingen hebben om te leren voor het vak geschiedenis.

HOE?
Test de Tijd is op verschillende manieren te spelen.
1. Chronologisch
2. Op tijdvak
3. Op kenmerkend aspect
Hieronder is te zien hoe je de verschillende manieren kunt spelen. Eerst volgt een close-up op de kaarten en de informatie die op kaarten te zien is.

De kaarten zijn tweezijdig. Als de kaarten gedeeld worden, krijgen ze de kaarten zodat ze enkel het volledige artwork en een titel zien. Op basis van die informatie moeten ze keuzes maken.

Op de achterkant van de kaart staan meerdere items. Een pompeblêd met een getal, dat verwijst naar het kenmerkend aspect. Een symbool dat verwijst naar het tijdvak. Een jaartal of een benadering ervan en ten slotte een toelichtende tekst.

1. CHRONOLOGISCH
De eerste manier van spelen is door het maken van een tijdlijn. Nadat de kaarten gedeeld zijn, wordt er een kaart open gedraaid, waarna elke speler probeert zijn of haar kaarten op de juiste plaats in de tijdlijn te plaatsen.
Nadat de keuze is gemaakt, draait de speler de kaart om en ziet direct of de kaart juist is geplaatst.

De kaart is nu onderdeel van de tijdlijn. Vanaf nu is het moeilijker voor volgende spelers hun kaarten te plaatsen: er is een extra mogelijkheid bijgekomen.

2. OP TIJDVAK
Leerlingen kunnen ook ordenen op tijdvak. Ze moeten de kaarten niet op tijdsvolgorde leggen, maar bij het juiste tijdvak. Zowel de kleur van het symbool als het symbool zelf laat zien of de leerlingen de kaart bij het juiste tijdvak hebben geplaatst.

3. OP KENMERKEND ASPECT
Leerlingen kunnen ook kaarten verbinden aan kenmerkende aspecten. Het getal in het pompeblêd verwijst naar het kenmerkend aspect. Leerlingen moeten op basis van de titel en de illustratie inschatten bij welk kenmerkend aspect de kaart hoort.